Medezeggenschapsraad

De medezeggenschapsraad van "Op d’n Esch"

Voor leerkrachten als werknemer is een goede rechtspositie belangrijk. Ouders zijn gebaat bij goed onderwijs en een prettig opvoedingsklimaat.
Om een school goed te laten functioneren is het belangrijk tegemoet te komen aan deze belangen. Daarom heeft de school een medezeggenschapsraad die het overleg tussen beide groepen regelt.

De taken en bevoegdheden van de medezeggenschapsraad zijn nauwkeurig omschreven in het reglement. De medezeggenschapsraad op onze school bestaat uit zes leden. Drie leden worden gekozen uit en door de ouders, drie leden worden gekozen uit en door het personeel van de school. Elk jaar treedt een gedeelte van de raad af volgens een rooster van aftreden en worden nieuwe verkiezingen uitgeschreven.


De stichting OPONOA heeft de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) waar men onderwerpen bespreekt die voor alle medezeggenschapsraden van de afzonderlijke scholen van het bestuur van belang zijn.
Het spreekt vanzelf dat ook de bevoegdheden van de GMR nauwkeurig in een reglement zijn vastgelegd. Zowel medezeggenschapsraad als GMR zijn bevoegd om voorstellen te doen, standpunten kenbaar te maken, adviezen te geven, instemming te verlenen of zich te onthouden van voorstellen van het bestuur.
Voor de namen van onze vertegenwoordigers in de GMR zie de informatiekalender.

Het beleid van een school vormgeven en uitvoeren is steeds meer een taak van ouders, leerkrachten, directie en bestuur samen. Alle onderwerpen die op school van belang zijn, komen in de medezeggenschapsraad aan bod. Mocht u een bepaald onderwerp graag behandeld zien, dan kunt u dat via de medezeggenschapsraad aankaarten. De vergaderingen van medezeggen-schapsraad en GMR zijn tenzij anders vermeld openbaar.

De MR bestaat uit de volgende leden:

Mevr. Monique Pragt:                 voorzitter
Mevr.  Elvira Boswinkel              secretaris          
Mevr.  Annemiek Helmers:        lid (oudergeleding)

Dhr. Sebastiaan Leeftink:         lid (personeelsgeleding)
Mevr. Elly Noor:                          lid (personeelsgeleding)
Mevr.: Fiona Koelman:              lid (personeelsgeleding)

Dhr. Sebastiaan Leeftink is afgevaardigde voor de GMR.

E-mail: mr@opdnesch.nl  

Reglement Medezeggenschapsraad

 

 

Paragraaf 1     Algemeen

 

Artikel 1          Begripsbepaling

Dit reglement verstaat onder:

  1. de wet: de Wet medezeggenschap op scholen (Stb.2006,658);
  2. Stichting Primair Openbaar Onderwijs Noord Oost Achterhoek (OPONOA)
  3. medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de wet;
  4. school: IKC Op d’n Esch
  5. leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
  6. ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen;
  7. schoolleiding: de onderwijsdirecteur en locatiecoördinator, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
  8. personeel: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school;
  9. geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid van de

 

Paragraaf 2     De medezeggenschapsraad

 

Artikel 2          Medezeggenschapsraad

Aan de school is een medezeggenschapsraad verbonden. Deze raad wordt rechtstreeks door en uit de ouders en het personeel gekozen volgens de bepalingen van dit reglement.

 

Artikel 3          Omvang en samenstelling medezeggenschapsraad

De medezeggenschapsraad bestaat uit 6 leden van wie:

  1. 3 leden door en uit het personeel worden gekozen; en
  2. 3 leden door en uit de ouders worden

Als er uit het team niemand zich vrijwillig aanmeldt, wijst de locatiecoördinator een personeelslid aan dat zitting neemt in de MR.

 

Artikel 4          Onverenigbaarheden

  1. Personen die deel uitmaken van het bevoegd gezag kunnen geen zitting nemen in de medezeggenschapsraad.
  2. Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de
  3. De voorzitter van Medezeggenschapsraad en de voorzitter van de Ouderraad mogen geen directe familiare relatie met elkaar

 

Artikel 5          Zittingsduur

  1. Een lid van de medezeggenschapsraad heeft zitting voor een periode van 3

Een lid van de medezeggenschapsraad treedt na zijn zittingsperiode af en is herkiesbaar voor nog een periode van 3 jaar. Elk jaar rouleert bij voorkeur één ouder en één personeelslid.

  1. Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten
  2. Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de medezeggenschapsraad:
    1. door overlijden;
    2. door opzegging door het lid;
    3. zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding waaruit en waardoor hij is gekozen;
    4. door ondercuratelestelling.

 

 

 

Paragraaf 3       De Verkiezing

 

Artikel 6          Organisatie verkiezingen

De leiding van de verkiezing van de leden van de medezeggenschapsraad berust bij de medezeggenschapsraad. De organisatie daarvan kan de verkiezing opdragen aan een verkiezingscommissie. De medezeggenschapsraad bepaalt de samenstelling, werkwijze, en de bevoegdheden van de verkiezingscommissie alsmede de wijze waarop over bezwaren inzake besluiten van de verkiezingscommissie wordt beslist.

 

Artikel 7          Datum verkiezingen

  1. De medezeggenschapsraad bepaalt de datum van de verkiezing, alsmede de tijdstippen van aanvang en einde van de
  2. De medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de ouders en het personeel in kennis van de in het eerste lid genoemde

 

Artikel 8          Verkiesbare en kiesgerechtigde personen

Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeel of ouder zijn, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van de medezeggenschapsraad.

 

Artikel 9          Bekendmaking verkiesbare en kiesgerechtigde personen

De medezeggenschapsraad stelt 3 weken voor de verkiezingen een lijst vast van de personen die kiesgerechtigd en verkiesbaar zijn. Deze lijst wordt aan de ouders en het personeel bekend gemaakt onder vermelding van de mogelijkheid zich kandidaat te stellen, alsmede van de daarvoor gestelde termijn. In de eerst volgende nieuwsbrief wordt de verkiezing kenbaar gemaakt.

 

Artikel 10       Onvoldoende kandidaten

  1. Indien uit de ouders en het personeel niet meer kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de medezeggenschapsraad voor die geleding zijn, vindt voor die geleding geen verkiezing plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn
  2. De medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten daarvan tijdig vóór de verkiezingsdatum in

 

Artikel 11       Verkiezing

De verkiezing vindt plaats bij schriftelijke stemming.

 

Artikel 12       Uitslag verkiezingen

  1. Gekozen zijn de kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien er voor de laatste te bezetten zetel meer kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben, beslist tussen hen het
  2. De uitslag van de verkiezingen wordt door de medezeggenschapsraad vastgesteld en schriftelijk bekendgemaakt aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken

 

Artikel 13       Tussentijdse vacature

  1. In geval van een tussentijdse vacature wijst de medezeggenschapsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat uit de desbetreffende geleding die blijkens de vastgestelde uitslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, daarvoor als eerste in aanmerking komt. De termijn van het vertrekkend lid kan worden
  2. De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. De medezeggenschapsraad doet van deze aanwijzing mededeling aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken
  3. Indien uit de ouders en het personeel minder kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de medezeggenschapsraad voor die geleding zijn of indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature(s) voorzien worden door het houden van een tussentijdse verkiezing. In dat geval zijn de artikelen 6 t/m 13 van overeenkomstige

 

Paragraaf 4    Algemene taken en bevoegdheden van de medezeggenschapsraad

 

Artikel 14       Overleg met bevoegd gezag

  1. Het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de medezeggenschapsraad, een geleding van de medezeggenschapsraad of het bevoegd
  2. Indien tweederde deel van de leden van de medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding

 

Artikel 15       Initiatief bevoegdheid medezeggenschapsraad

De medezeggenschapsraad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden de school betreffende. Hij is bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken.

Het bevoegd gezag brengt op deze voorstellen, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de medezeggenschapsraad.

Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van deze reactie, stelt het bevoegd gezag de medezeggenschapsraad ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te voeren over de voorstellen van de medezeggenschapsraad.

Indien tweederde deel van de leden van de medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking en overleg met elke geleding afzonderlijk.

 

Artikel 16       Openheid, onderling overleg en gelijke behandeling

  1. De medezeggenschapsraad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de
  2. De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers.
  3. De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de geledingen in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan met hem overleg te

 

Artikel 17       Informatieverstrekking

  1. De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig
  2. De medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval:
    1. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
    2. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ’s Rijkskas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
    3. jaarlijks voor 1 oktober een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs;
    4. de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
    5. terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de privacy van het personeel, ouders en leerlingen;
    6. ten minste eenmaal per jaar schriftelijke gegevens over de hoogte

en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar;

  1. tenminste eenmaal per jaar schriftelijke gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar;
  2. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde
  1. Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de medezeggenschapsraad wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding van de medezeggenschapsraad aangeboden. Daarbij verstrekt het bevoegd gezag de beweegredenen van

 

 

 

het voorstel, alsmede de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen.

 

Artikel 18       Jaarverslag

De medezeggenschapsraad stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden in het afgelopen jaar vast en zendt dit verslag ter kennisneming aan het bevoegd gezag, de locatiecoördinator, het personeel en de ouders. De medezeggenschapsraad draagt er zorg voor dat het verslag ten behoeve van belangstellenden op een algemeen toegankelijke plaats op de school ter inzage wordt gelegd.

 

Artikel 19       Openbaarheid en geheimhouding

  1. De vergadering van de medezeggenschapsraad is openbaar, tenzij over individuele personen wordt gesproken of de aard van een te behandelen zaak naar het oordeel van een derde van de leden zich daartegen
  2. Indien bij een vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de medezeggenschapsraad in het geding is, kan de medezeggenschapsraad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De medezeggenschapsraad besluit dan tegelijkertijd dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering
  3. De leden van de medezeggenschapsraad zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in hun hoedanigheid vernemen, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag dan wel de medezeggenschapsraad hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid
  4. Degene die de geheimhouding, zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, oplegt, deelt daarbij tevens mede welke schriftelijke of mondelinge verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden
  5. De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de raad, noch door beëindiging van de band van de betrokkene met de

 

Paragraaf 5     Bijzondere bevoegdheden medezeggenschapsraad

 

Artikel 20       Instemmingsbevoegdheid medezeggenschapsraad

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de medezeggenschapsraad voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot:

  1. verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school;
  2. vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan of het zorgplan;
  3. vaststelling of wijziging van het schoolreglement;
  4. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten door ouders van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs;
  5. vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheid-, de gezondheid- en welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding;
  6. de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 24, onderdeel c van dit reglement en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd;
  7. de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling;
  8. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter

 

Artikel 21       Adviesbevoegdheid medezeggenschapsraad

De medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de door het bevoegd gezag voorgenomen besluiten met betrekking tot:

  1. vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de school, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die door het bevoegd gezag ten behoeve van de school uit de openbare kas zijn toegekend of van anderen zijn ontvangen, met uitzondering van de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 24 onderdeel c van dit reglement;
  2. beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;
  3. het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;

 

  1. deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake;
  2. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school;
  3. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan;
  4. aanstelling of ontslag van de locatiecoördinator;
  5. vaststelling of wijziging van de taken van de locatiecoördinator, alsmede de vaststelling of wijziging van het managementstatuut;
  6. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot toelating en verwijdering van leerlingen;
  7. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs;
  8. regeling van de vakantie;
  9. het oprichten van een centrale dienst;
  10. nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school;
  11. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de school;
  12. vaststelling of wijziging van de wijze waarop de voorziening, bedoeld in artikel 45, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs wordt

 

Artikel 22       Instemmingsbevoegdheid personeelsgeleding

  1. Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de medezeggenschapsraad dat door het personeel is gekozen, voor elk door het bevoegd gezag te nemen besluit met betrekking tot de volgende aangelegenheden:
    1. regeling van de gevolgen voor het personeel van een besluit tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 22, onder b, c, d en l van dit reglement; 1
    2. vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie;
    3. vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel;
    4. vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden;
    5. vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel;
    6. vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel;
    7. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel;
    8. vaststelling of wijziging van de taken respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de locatiecoördinator daaronder niet begrepen;
    9. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie;
    10. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van de bekostiging;
    11. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid;
    12. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk;
    13. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel;
    14. vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel;
    15. vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan;
    16. vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeen gekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad tot stand wordt gebracht;
    17. vaststelling of wijziging van de regeling inzake de faciliteiten, voor zover die betrekking heeft op het personeel;

 

Artikel 23       Instemmingsbevoegdheid oudergeleding

Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de medezeggenschapsraad dat door de ouders is gekozen, voor de door hen voorgenomen besluiten met betrekking tot:

  1. regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 22, onder b, c, d en l; 2

 

1 artikel 22 b (beëindiging), c (duurzame samenwerking), d (deelneming experiment), l (centrale dienst).

2 artikel 22 b (beëindiging), c (duurzame samenwerking), d (deelneming experiment), l (centrale dienst).

 

  1. verandering van grondslag van de school of omzetting van de school of een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
  2. vaststelling of wijziging van de hoogte en de vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van de ouders of de leerlingen wordt gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan;
  3. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van leerlingen;
  4. vaststelling of wijziging van een mogelijk ouderstatuut;
  5. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang;
  6. vaststelling van de schoolgids;
  7. vaststelling schoolplan;
  8. vaststelling van de onderwijstijd;
  9. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders en leerlingen;
  10. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag;
  11. vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders;
  12. vaststelling of wijziging van de regeling zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, voor zover die betrekking heeft op ouders en

 

Artikel 24       Toepasselijkheid bijzondere bevoegdheden

  1. De bevoegdheden op grond van de artikelen 21 tot en met 24, zijn niet van toepassing, voor zover:
    1. de desbetreffende aangelegenheid reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift;
    2. het betreft een aangelegenheid als bedoeld in artikel 38 van de Wet op het primair onderwijs voor zover het betrokken overleg niet besluit de aangelegenheid ter behandeling aan het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad over te
  2. De bevoegdheden van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, zijn niet van toepassing, voor zover de desbetreffende aangelegenheid reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve

 

Artikel 25       Termijnen

  1. Het bevoegd gezag stelt de medezeggenschapsraad of die geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat 8 weken waarbinnen een schriftelijke standpunt uitgebracht dient te zijn op de hoogte van de voorgenomen besluiten met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24 van dit
  2. De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het bevoegd gezag per geval, op gemotiveerd verzoek van de medezeggenschapsraad dan wel die geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat, worden
  3. Het bevoegd gezag deelt onverwijld schriftelijk mee of de termijn al dan niet wordt verlengd en indien nodig voor welke termijn de verlenging
  4. Indien de medezeggenschapsraad dan wel de geleding van de medezeggenschapsraad die het aangaat, niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet verlenen van instemming, kan het bevoegd gezag het voorgenomen besluit omzetten in een definitief

 

Paragraaf 6     Inrichting en werkwijze medezeggenschapsraad

 

Artikel 26       Verkiezing voorzitter en secretaris

  1. De medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en penningmeester; de penningmeester is tevens plaatsvervangend voorzitter.
  2. De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangend voorzitter, vertegenwoordigt de medezeggenschapsraad in

 

Artikel 27       Uitsluiting van leden van de medezeggenschapsraad

  1. De leden van de medezeggenschapsraad komen de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen
  2. De medezeggenschapsraad kan tot het oordeel komen, dat een lid van de medezeggenschapsraad de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt, indien het betrokken lid;

 

 

  1. hetzij ernstig nalatig is in het naleven van de bepalingen van de wet en van het medezeggenschapsreglement;
  2. hetzij de plicht tot geheimhouding schendt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden;
  3. hetzij een ernstige belemmering vormt voor het functioneren van de
  1. Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de medezeggenschapsraad met een meerderheid van ten minste twee derden van het aantal leden besluiten het betreffende lid te wijzen op zijn verplichtingen dan wel het desbetreffende lid verzoeken zich terug te trekken als lid van de medezeggenschapsraad.
  2. Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de geleding, waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, met een meerderheid van ten minste tweederde deel besluiten het lid van de medezeggenschapsraad uit te sluiten van de werkzaamheden van de medezeggenschapsraad voor de duur van ten hoogste drie
  3. De medezeggenschapsraad pleegt ingeval van het in het tweede lid bedoelde oordeel en ingeval van een voornemen als bedoeld in het derde lid zoveel als mogelijk overleg met de geleding waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, rekening houdend met de vertrouwelijkheid van
  4. Een in het tweede lid bedoeld oordeel wordt schriftelijk aan het betrokken lid kenbaar
  5. Een in het derde en vierde lid bedoeld besluit kan niet worden genomen, dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld schriftelijk kennis te nemen van de tegen hem ingebrachte bezwaren en tevens in de gelegenheid is gesteld zich daartegen te verweren, waarbij hij zich desgewenst kan doen bijstaan door een

 

Artikel 28       Indienen agendapunten door personeel en ouders

  Dit kan per mail: mr@opdnesch.nl

 

Artikel 29       Raadplegen personeel en ouders

  Indien nodig worden de ouders en/ of personeel geraadpleegd. Wijze waarop verschilt per onderwerp.

 

Artikel 30       Huishoudelijk reglement (zie bijlage 1)

  1. De medezeggenschapsraad stelt, met inachtneming van de voorschriften van het medezeggenschapsreglement en de wet, een huishoudelijk reglement
  2. In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval geregeld:
    1. de taakomschrijving van de voorzitter en secretaris;
    2. de wijze van bijeenroepen van vergaderingen;
    3. de wijze van opstellen van de agenda;
    4. de wijze van besluitvorming;
    5. het quorum dat vereist is om te kunnen
  3. De medezeggenschapsraad zendt op verzoek een afschrift van het huishoudelijk reglement aan het bevoegd

 

Paragraaf 7     Regeling (andere) geschillen

 

Artikel 31       Aansluiting geschillencommissie

De school is aangesloten bij de landelijke commissie voor geschillen.

 

Paragraaf 8     Optreden namens het bevoegd gezag

 

Artikel 32      Personeelslid voert overleg

  1. De locatiecoördinator voert namens het bevoegd gezag het overleg, als bedoeld in dit reglement, met de
  2. Op verzoek van de medezeggenschapsraad of op verzoek van het personeelslid, als genoemd in het eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten dat personeelslid te ontheffen van zijn taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te
  3. Op verzoek van de medezeggenschapsraad voert het bevoegd gezag in bijzondere gevallen zelf de besprekingen met de

 

Paragraaf 9 Overige bepalingen

 

Artikel 33      Voorzieningen

  1. Het bevoegd gezag staat de medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig
  2. Het bevoegd gezag werkt de faciliteiten voor de leden van de medezeggenschapsraad, zoals bedoeld in de wet, nader uit in het

 

Artikel 34       Rechtsbescherming

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de personen die staan of gestaan hebben op een lijst van kandidaat gestelde personen als bedoeld in artikel 9 van dit reglement, alsmede de leden en de gewezen leden van de medezeggenschapsraad niet uit hoofde daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school.

 

Artikel 35       Wijziging reglement

Het bevoegd gezag legt elke wijziging van dit reglement als voorstel voor aan de medezeggenschapsraad en stelt het gewijzigde reglement slechts vast voor zover het na overleg al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste twee derde deel van het aantal leden van de medezeggenschapsraad heeft verworven.

 

Artikel 36       Citeertitel; inwerkingtreding

  1. Dit reglement kan worden aangehaald als: MR-Statuut van Op d’n Esch, Eibergen
  2. Dit reglement treedt in werking met ingang 1 januari 2016

 

 

Bijlage 1

Huishoudelijk Reglement Medezeggenschapsraad Op d'n Esch

 

Artikel 1. de taakomschrijving van de voorzitter;

  1. De voorzitter vertegenwoordigt de MR in en buiten rechte;
  2. De voorzitter organiseert de vergaderingen;
  3. De voorzitter structureert het overleg (openen, schorsen, heropenen, sluiten en het leiden van de vergaderingen van de medezeggenschapsraad).
  4. De voorzitter bewaakt de uitvoering van taken van de groep;
  5. De voorzitter zorgt voor goede samenwerking en afstemming met de locatiecoördinator en de secretaris.
  6. Er is een plaatsvervangend voorzitter die de voorzitter bij diens afwezigheid vervangt.

 

Artikel 2. De taakomschrijving van de secretaris.

  1. De secretaris stelt de agenda op (na afstemming met voorzitter en penningmeester);
  2. De secretaris roept de vergadering bijeen;
  3. De secretaris zorgt voor verslaglegging van de vergaderingen;
  4. De secretaris voert de briefwisseling en beheert de voor de medezeggenschapsraad bestemde en van de medezeggenschap uitgaande stukken;
  5. De secretaris stelt het jaarverslag op.

 

Artikel 3. De taakomschrijving van de penningmeester.

  1. De penningmeester stelt de begroting op;
  2. De penningmeester regelt de vergoeding van de (door leden van de MR) gemaakte kosten;
  3. De penningmeester stelt het financieel jaarverslag op.

 

Artikel 4 Besluitvorming

  1. De medezeggenschapsraad beslist bij meerderheid van stemmen

Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd, tenzij de medezeggenschapsraad in een bepaald geval anders besluit. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk.

  1. Wordt bij een stemming over personen bij de eerste stemming geen gewone meerderheid behaald, dan vindt herstemming plaats tussen hen die bij de eerste stemming de meeste stemmen kregen. Bij deze herstemming wordt degene gekozen die alsdan de meeste stemmen op zich verenigd heeft. Indien de stemmen staken, beslist het lot.
  2. Bij staking van de stemmen over een door de medezeggenschapsraad te nemen besluit dat geen betrekking heeft op personen, wordt deze zaak op de eerstvolgende vergadering van de medezeggenschapsraad opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

 

Artikel 5 Quorum

  1. Een vergadering van de medezeggenschapsraad kan slechts plaatsvinden indien er tenminste twee personen van elke geleding aanwezig zijn.
  2. Wanneer het vereiste aantal leden niet is opgekomen, wordt een nieuwe vergadering belegd.
  3. Deze laatste vergadering wordt gehouden ongeacht het aantal leden dat is opgekomen.

 

De medezeggenschapsraad zendt op verzoek een afschrift van het huishoudelijk reglement aan het bevoegd gezag.